Preek van 26 juli 2026

Preek van 26 juli 2026

17e  zondag door het jaar

Voor de derde achtereenvolgende zondag in dit A-jaar hebben we uit hoofdstuk 13 van het Mattheüsevangelie gelezen. Een hoofdstuk waarin Jezus aan de hand van parabels zijn leerlingen onderricht over het Rijk der hemelen. Beter gezegd: over het Rijk Gods. Vandaag hoorden wij heel uitzonderlijk vandaag dat Jezus daarvoor korte en puntige parabels heeft gebruikt. Want voor zijn eerste parabel over het zaad gaf Hij er heel uitvoerige uitleg bij. Zo ook bij de parabel over het onkruid tussen de tarwe. Maar ditmaal is Hij heel kort. Een verhaal over een verborgen schat, over een schitterende waardevolle parel én over een sleepnet waaruit enkel goede vissen worden verzameld. Drie heel korte verhalen die met dezelfde duiding beginnen: “Het Rijk der hemelen gelijkt op… “

“Hebben jullie dat begrepen?” vraagt Jezus op het einde aan zijn leerlingen. Blijkbaar begrijpen ze de betekenis. Tenminste, beleefd als ze zijn, zeggen ze “ja” want ze begrijpen maar al te goed de menselijke hunker naar steeds meer, een hunker die elk van ons bezit. Máár of ze Jezus’ diepste bedoeling begrepen dat is een andere zaak. Met andere woorden, ze horen wel, maar ze luisteren niet echt. Jezus heeft het immers over het Rijk der hemelen.

Daarom is het zo eenvoudige gebed van koning Salomo uit de Eerste lezing zo mooi. In het eerste Boek der Koningen horen we hoe God aan de wijze Salomo in een intiem gesprek vraagt wat hij als jonge vorst wenst. Niet naar rijkdom en diamanten vraagt hij maar om een luisterend hart voor zijn onderdanen. Om – wat wij zouden noemen: opmerkzaamheid en scherpzinnigheid waarvoor hij zo goed als hij kan als jonge vorst wil zorgen. Hij vraagt niet naar een glorieuze overwinning op zijn vijanden. Hij vraagt God: ‘Geef mij inzicht. Ik ben nog zo jong om uw volk t leiden. Ik ben nog veel te arm aan ervaring, als het om vrede en gerechtigheid gaat. Want het gaat niet om zomaar om een volk, het gaat om het volk dat U, God voor mijn vader David gekozen hebt. En Salomo krijgt waar hij om vraagt.

Pas als je hart er bij is zo als bij Salomo, pas dan hoor je echt wat er gevraagd wordt. Hoe vaak vertellen wij niet aan een ander wat je hebt meegemaakt en luistert die ander niet echt. Hij gaat gewoon verder waarmee hij bezig was. God zal echter nooit zo doen want wij zijn Gods oogappel, de schat van zijn hart, de unieke parel in zijn Rijk. Maar wat is dan dat Rijk, dat koninkrijk der hemelen eigenlijk? We komen die naam in de eerste drie evangeliën regelmatig tegen, Jezus spreekt er vaak over. Wij denken aan een natie waarover een koning als staatshoofd het bestuur heeft. Bij Jezus gaat het over iets heel anders. Sowieso geen aardse natie. Het wordt het koninkrijk der hemelen genoemd, of Rijk Gods, Mensen die op een manier leven zoals God het ooit voor de mens heeft bedoeld en gedroomd. Gods invloed heerst over de wereld, zijn hand is voelbaar over heel de schepping. Met herkenbare parabels vertelt Jezus verhalen over Gods verlangen met de mens. Jezus wil zijn toehoorders gevoelig maken voor het geheim van het koninkrijk. Het is kennelijk iets dat groeit en zich onzichtbaar ontwikkelt waar mensen dan onderdeel van zijn. Maar als zijn koningschap niet erkend wordt, dan blijft het een verborgen koningschap.

Mensen die zoekend zijn, kunnen soms overvallen worden door een besef van Gods aanwezigheid. Mensen die midden in de drukte van het stadsleven een openstaande kerk binnengaan en er meer dan stilte ervaren. Ze gaan bidden en stukje bij beetje gaan ze die schat leren kennen en ontdekken. Ze hebben net de ervaring als van die koopman die plots dé parel van zijn leven vindt en er alles voor overheeft om hem te bezitten. Ze vinden allerlei mooie en goede antwoorden, maar uiteindelijk vinden ze de allermooiste parel. Dan ontdekken ze hoe prachtig het is als God het in hun leven voor het zeggen heeft. Sommigen laten zelfs álles achter om enkel nog met en vanuit God te leven. Maar dat koninkrijk is er niet alleen in de toekomst, ook niet enkel in de hemel. Het is er nu ook al, maar wel op een verhulde manier. Als iets waar je naar blijft zoeken, of als iets dat niet zichtbaar is en wat je of plotseling of geleidelijk aan gaat ontdekken. Ook hier en nu, in het leven van alle dag, in een onverwachte situatie, in een diepzinnig woord dat er toe doet en waardoor een mens zich gesteund voelt om volop te leven voor een ander en voor God, weten wij dat Hij heerst over ons doen en laten maar we zien het vaak niet. Hij heerst op een verborgen manier. Mogen ook wij die schat of die parel ooit vinden om uiteindelijk bij de Eeuwige verzameld te worden.

1e lezing: 1 Kon. 3, 5. 7-12; 2e lezing: Rom. 8, 28-30; evangelie: Matteüs 13, 44-52
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus tot de menigte: ‘ Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een sleepnet dat in de zee geworpen, vissen van allerlei soort bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand; men zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen, de slechte echter werden weggeworpen. Zo zal het ook gaan op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuuroven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Hebt gij dit alles begrepen?’ Zij antwoordden Hem: ‘Ja.’ Hij zij hun: ‘Daarom is iedere Schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.’