Preek van 26 april 2026

Preek van 26 april 2026

4zondag van Pasen

In de tijd van Jezus was een herder geen romantisch figuur. Het was zwaar werk. Een herder leefde tussen zijn schapen, kende ze stuk voor stuk, en riskeerde zijn leven om ze te beschermen. Hij leidde ze naar water, naar voedsel, naar veiligheid. Hij sliep soms zelfs bij de ingang van de schaapskooi, zodat niets of niemand naar binnen kon zonder langs hem te gaan. Wanneer Jezus zegt: “Ik ben de deur voor de schapen,” dan zegt Hij eigenlijk: Ik ben jullie bescherming. Ik ben de toegang tot veiligheid en leven. En wanneer Hij zegt: “De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten,” dan horen we iets heel persoonlijks. Wij zijn geen anonieme massa. Wij zijn gekend. Wij zijn geroepen bij naam. Dat betekent dat ons geloof geen vaag idee is, geen algemene overtuiging. Het is een relatie. Een levende relatie tussen de herder en zijn schapen. Maar een relatie vraagt ook iets van ons: luisteren.

Jezus zegt dat zijn schapen zijn stem kennen. Dat is een mooi beeld, maar het stelt ons ook een vraag: herkennen wij zijn stem nog? In een wereld vol lawaai is dat niet vanzelfsprekend. We worden dagelijks overspoeld met stemmen: meningen, nieuws, sociale media, verwachtingen van anderen, druk om te presteren, om mee te doen, om succesvol te zijn. Al die stemmen proberen ons te leiden en dan heb ik het nog niet over de digitale stemmen die ons leven in de greep kunnen houden. Maar niet elke stem is die van de herder.

De stem van Jezus is anders. Die dwingt niet, maar nodigt uit. Die veroordeelt niet, maar wijst de weg. Die zaait geen angst, maar brengt vrede. Die breekt niet af, maar bouwt op. Toch kan het moeilijk zijn om die stem te onderscheiden. Want soms spreken de “wolven” met een overtuigende stem. Jezus waarschuwt impliciet voor dieven en rovers – en elders in de Schrift wordt ook gesproken over wolven die de kudde bedreigen. Dat zijn niet altijd letterlijk mensen met kwade bedoelingen. Vaak zijn het krachten, invloeden, ideeën die ons langzaam maar zeker wegtrekken van de herder.

Wat zijn die wolven vandaag? Soms is het angst. Angst die ons gevangen houdt, die ons doet geloven dat we er alleen voor staan. Soms is het egoïsme. De gedachte dat we alles zelf moeten doen, dat we niemand nodig hebben – zelfs God niet. Soms is het verleiding. Denken we aan onze smartphone. Dingen die op het eerste gezicht aantrekkelijk lijken, maar ons uiteindelijk leeg achterlaten. Soms zijn het ideologieën of overtuigingen die mooi klinken, maar geen leven brengen. En ja, soms zijn het ook mensen – mensen die macht zoeken, die manipuleren, die anderen gebruiken voor eigen gewin. Die wolven zijn echt. Ze zijn niet altijd zichtbaar, maar hun invloed is merkbaar. Ze brengen verwarring, verdeeldheid, onrust.

En juist daarom is het zo belangrijk dat we dicht bij de herder blijven. Een schaap dat dicht bij de herder blijft, is relatief veilig. Niet omdat er geen gevaar is, maar omdat de herder waakt. Zo is het ook met ons. Jezus belooft niet dat er geen wolven zullen zijn. Hij zegt niet dat het leven gemakkelijk zal zijn. Maar Hij belooft wel dat wij niet alleen zijn. “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en wel in overvloed.” Dat is misschien wel de meest hoopvolle zin uit dit evangelie. Jezus is niet alleen gekomen om ons te beschermen, maar om ons leven te geven – echt leven, vol leven. Dat betekent niet per se een probleemloos leven. Maar wel een leven dat geworteld is in liefde, in vertrouwen, in hoop. Een leven waarin we, zelfs te midden van gevaar, weten dat we gedragen worden.

Als wij de kudde zijn, wat vraagt dat dan van ons? Ten eerste: vertrouwen. Een schaap dat voortdurend zijn eigen weg gaat, raakt verdwaald. Vertrouwen betekent dat we durven volgen, ook als we de weg niet volledig begrijpen. Ten tweede: verbondenheid. Schapen leven niet alleen. Ze zijn samen een kudde. Dat betekent dat ook wij geroepen zijn om gemeenschap te vormen, om naar elkaar om te zien, om elkaar te beschermen. In een wereld waarin individualisme vaak centraal staat, is dat een tegengetuigenis. Wij horen bij elkaar. Wij zijn samen onderweg. Ten derde: waakzaamheid. Omdat er wolven zijn, kunnen we niet naïef zijn. We moeten leren onderscheiden wat goed is en wat niet. We moeten alert zijn op wat ons geloof ondermijnt. Maar die waakzaamheid mag niet omslaan in angst. Want onze zekerheid ligt niet in onze eigen kracht, maar in de herder.

Jezus zegt: “Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij gered worden; hij zal in en uit gaan en weide vinden.” Dat is een beeld van vrijheid én veiligheid. In en uit gaan – dat betekent dat we niet opgesloten zijn. Het christelijk leven is geen gevangenis, maar een weg naar vrijheid. Maar het is wel een vrijheid binnen de relatie met de herder. Buiten die relatie dreigt leegte. De “dieven en rovers” waar Jezus over spreekt, komen om te stelen, te slachten en te vernietigen. Dat zijn harde woorden, maar ze maken duidelijk wat er op het spel staat. Het gaat niet om kleine verschillen. Het gaat om leven of dood, om waarheid of leugen, om licht of duisternis.

Aan het einde van deze overweging blijft er een persoonlijke vraag over: Naar welke stem luister ik? Laat ik mij leiden door de herder, of volg ik andere stemmen? Ben ik mij bewust van de wolven in mijn leven – en hoe zij mij proberen weg te trekken? En misschien nog belangrijker: zoek ik bewust de nabijheid van Jezus? Want dat is uiteindelijk de kern. Het christelijk leven is niet in de eerste plaats een set regels, maar een relatie. Een relatie met de herder die zijn leven geeft voor zijn schapen.

Broeders en zusters, de wereld kan soms aanvoelen als een gevaarlijke plaats. Er is veel onrust, veel onzekerheid, veel dat ons kan verontrusten.. Dat is een terechte zorg. Maar laten we ons niet platslaan. Midden in die werkelijkheid klinkt de stem van de herder:

“Ik ken mijn schapen.” Dat betekent: jij bent gekend. Jij bent gezien. Jij bent niet verloren in de massa. En Hij zegt: “Ik geef hun eeuwig leven.” Dat betekent: jouw leven heeft een bestemming die verder reikt dan dit moment, verder dan deze wereld. En Hij zegt: “Niemand zal ze uit mijn hand roven.” Dat is misschien wel de diepste troost. Wat er ook gebeurt, hoe sterk de wolven ook lijken, hoe luid de andere stemmen ook zijn – uiteindelijk ligt onze veiligheid in zijn handen. Laten we daarom blijven luisteren en vertrouwen. Laten we dicht bij de herder blijven. Want Hij is de deur. Hij is de weg. Hij is het leven. Hij dichterbij dan we denken. Amen

1e lezing: Hand. 2, 14a. 36-41; 2e lezing: 1 Petrus 2, 20b-25; evangelie: Johannes 10, 1-10
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus: Amen, amen. Ik zeg u: wie niet door de deur de hof van de schapen binnenkomt, maar naar binnen klimt op een andere plaats, kan alleen maar een dief zijn en een bandiet. Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem. Zijn schapen roept hij ieder bij zijn naam, en hij brengt ze naar buiten. En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze nooit volgen; integendeel, ze gaan voor hem op de vlucht, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.' In deze versluierende taal sprak Jezus hen toe, maar ze begrepen niet wat Hij hun te zeggen had. Jezus ging dus verder: `Waarachtig, Ik verzeker u: Ik ben de deur voor de schapen. Al degenen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en bandieten, naar hen hebben de schapen niet geluisterd. Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed.

In de tijd van Jezus was een herder geen romantisch figuur. Het was zwaar werk. Een herder leefde tussen zijn schapen, kende ze stuk voor stuk, en riskeerde zijn leven om ze te beschermen. Hij leidde ze naar water, naar voedsel, naar veiligheid. Hij sliep soms zelfs bij de ingang van de schaapskooi, zodat niets of niemand naar binnen kon zonder langs hem te gaan. Wanneer Jezus zegt: “Ik ben de deur voor de schapen,” dan zegt Hij eigenlijk: Ik ben jullie bescherming. Ik ben de toegang tot veiligheid en leven. En wanneer Hij zegt: “De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten,” dan horen we iets heel persoonlijks. Wij zijn geen anonieme massa. Wij zijn gekend. Wij zijn geroepen bij naam. Dat betekent dat ons geloof geen vaag idee is, geen algemene overtuiging. Het is een relatie. Een levende relatie tussen de herder en zijn schapen. Maar een relatie vraagt ook iets van ons: luisteren.

Jezus zegt dat zijn schapen zijn stem kennen. Dat is een mooi beeld, maar het stelt ons ook een vraag: herkennen wij zijn stem nog? In een wereld vol lawaai is dat niet vanzelfsprekend. We worden dagelijks overspoeld met stemmen: meningen, nieuws, sociale media, verwachtingen van anderen, druk om te presteren, om mee te doen, om succesvol te zijn. Al die stemmen proberen ons te leiden en dan heb ik het nog niet over de digitale stemmen die ons leven in de greep kunnen houden. Maar niet elke stem is die van de herder.

De stem van Jezus is anders. Die dwingt niet, maar nodigt uit. Die veroordeelt niet, maar wijst de weg. Die zaait geen angst, maar brengt vrede. Die breekt niet af, maar bouwt op. Toch kan het moeilijk zijn om die stem te onderscheiden. Want soms spreken de “wolven” met een overtuigende stem. Jezus waarschuwt impliciet voor dieven en rovers – en elders in de Schrift wordt ook gesproken over wolven die de kudde bedreigen. Dat zijn niet altijd letterlijk mensen met kwade bedoelingen. Vaak zijn het krachten, invloeden, ideeën die ons langzaam maar zeker wegtrekken van de herder.

Wat zijn die wolven vandaag? Soms is het angst. Angst die ons gevangen houdt, die ons doet geloven dat we er alleen voor staan. Soms is het egoïsme. De gedachte dat we alles zelf moeten doen, dat we niemand nodig hebben – zelfs God niet. Soms is het verleiding. Denken we aan onze smartphone. Dingen die op het eerste gezicht aantrekkelijk lijken, maar ons uiteindelijk leeg achterlaten. Soms zijn het ideologieën of overtuigingen die mooi klinken, maar geen leven brengen. En ja, soms zijn het ook mensen – mensen die macht zoeken, die manipuleren, die anderen gebruiken voor eigen gewin. Die wolven zijn echt. Ze zijn niet altijd zichtbaar, maar hun invloed is merkbaar. Ze brengen verwarring, verdeeldheid, onrust.

En juist daarom is het zo belangrijk dat we dicht bij de herder blijven. Een schaap dat dicht bij de herder blijft, is relatief veilig. Niet omdat er geen gevaar is, maar omdat de herder waakt. Zo is het ook met ons. Jezus belooft niet dat er geen wolven zullen zijn. Hij zegt niet dat het leven gemakkelijk zal zijn. Maar Hij belooft wel dat wij niet alleen zijn. “Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en wel in overvloed.” Dat is misschien wel de meest hoopvolle zin uit dit evangelie. Jezus is niet alleen gekomen om ons te beschermen, maar om ons leven te geven – echt leven, vol leven. Dat betekent niet per se een probleemloos leven. Maar wel een leven dat geworteld is in liefde, in vertrouwen, in hoop. Een leven waarin we, zelfs te midden van gevaar, weten dat we gedragen worden.

Als wij de kudde zijn, wat vraagt dat dan van ons? Ten eerste: vertrouwen. Een schaap dat voortdurend zijn eigen weg gaat, raakt verdwaald. Vertrouwen betekent dat we durven volgen, ook als we de weg niet volledig begrijpen. Ten tweede: verbondenheid. Schapen leven niet alleen. Ze zijn samen een kudde. Dat betekent dat ook wij geroepen zijn om gemeenschap te vormen, om naar elkaar om te zien, om elkaar te beschermen. In een wereld waarin individualisme vaak centraal staat, is dat een tegengetuigenis. Wij horen bij elkaar. Wij zijn samen onderweg. Ten derde: waakzaamheid. Omdat er wolven zijn, kunnen we niet naïef zijn. We moeten leren onderscheiden wat goed is en wat niet. We moeten alert zijn op wat ons geloof ondermijnt. Maar die waakzaamheid mag niet omslaan in angst. Want onze zekerheid ligt niet in onze eigen kracht, maar in de herder.

Jezus zegt: “Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij gered worden; hij zal in en uit gaan en weide vinden.” Dat is een beeld van vrijheid én veiligheid. In en uit gaan – dat betekent dat we niet opgesloten zijn. Het christelijk leven is geen gevangenis, maar een weg naar vrijheid. Maar het is wel een vrijheid binnen de relatie met de herder. Buiten die relatie dreigt leegte. De “dieven en rovers” waar Jezus over spreekt, komen om te stelen, te slachten en te vernietigen. Dat zijn harde woorden, maar ze maken duidelijk wat er op het spel staat. Het gaat niet om kleine verschillen. Het gaat om leven of dood, om waarheid of leugen, om licht of duisternis.

Aan het einde van deze overweging blijft er een persoonlijke vraag over: Naar welke stem luister ik? Laat ik mij leiden door de herder, of volg ik andere stemmen? Ben ik mij bewust van de wolven in mijn leven – en hoe zij mij proberen weg te trekken? En misschien nog belangrijker: zoek ik bewust de nabijheid van Jezus? Want dat is uiteindelijk de kern. Het christelijk leven is niet in de eerste plaats een set regels, maar een relatie. Een relatie met de herder die zijn leven geeft voor zijn schapen.

Broeders en zusters, de wereld kan soms aanvoelen als een gevaarlijke plaats. Er is veel onrust, veel onzekerheid, veel dat ons kan verontrusten.. Dat is een terechte zorg. Maar laten we ons niet platslaan. Midden in die werkelijkheid klinkt de stem van de herder:

“Ik ken mijn schapen.” Dat betekent: jij bent gekend. Jij bent gezien. Jij bent niet verloren in de massa. En Hij zegt: “Ik geef hun eeuwig leven.” Dat betekent: jouw leven heeft een bestemming die verder reikt dan dit moment, verder dan deze wereld. En Hij zegt: “Niemand zal ze uit mijn hand roven.” Dat is misschien wel de diepste troost. Wat er ook gebeurt, hoe sterk de wolven ook lijken, hoe luid de andere stemmen ook zijn – uiteindelijk ligt onze veiligheid in zijn handen. Laten we daarom blijven luisteren en vertrouwen. Laten we dicht bij de herder blijven. Want Hij is de deur. Hij is de weg. Hij is het leven. Hij dichterbij dan we denken. Amen

1e lezing: Hand. 2, 14a. 36-41; 2e lezing: 1 Petrus 2, 20b-25; evangelie: Johannes 10, 1-10
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd zei Jezus: Amen, amen. Ik zeg u: wie niet door de deur de hof van de schapen binnenkomt, maar naar binnen klimt op een andere plaats, kan alleen maar een dief zijn en een bandiet. Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem. Zijn schapen roept hij ieder bij zijn naam, en hij brengt ze naar buiten. En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze nooit volgen; integendeel, ze gaan voor hem op de vlucht, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.' In deze versluierende taal sprak Jezus hen toe, maar ze begrepen niet wat Hij hun te zeggen had. Jezus ging dus verder: `Waarachtig, Ik verzeker u: Ik ben de deur voor de schapen. Al degenen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en bandieten, naar hen hebben de schapen niet geluisterd. Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed.