Preek van 14 mei 2026

Preek van 14 mei 2026

Hemelvaart

Broeders en zusters, de lezing van vandaag helpt ons om die vraag opnieuw te stellen. Opvallend genoeg wordt in deze tekst niets gezegd over een spectaculaire hemelvaart. Geen wolk die Jezus wegneemt, geen leerlingen die omhoog staren. Integendeel: Jezus zegt juist: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” Geen vertrek, maar belofte van blijvende nabijheid. En toch spreken wij over Hemelvaart. Wat kunnen we daarmee?

In andere teksten uit het Nieuwe Testament wordt inderdaad gesproken over Jezus die “opgenomen wordt” en verdwijnt in een wolk. Dat beeld van de wolk is niet zomaar een detail. Het roept een diepe herinnering op aan het verhaal van het volk Israël in de woestijn. Veertig jaar lang trok het volk door een onherbergzaam landschap, onzeker, zoekend, vaak twijfelend. En God ging met hen mee – overdag in een wolkkolom, ’s nachts in een vuurzuil. Een soort goddelijke navigator avant la lettre. Niet iemand die hen alles uit handen nam, maar wel iemand die de richting aangaf, die nabij was, die vertrouwen schonk. Die wolk was dus geen teken van afwezigheid, maar juist van aanwezigheid. Wanneer Jezus in een wolk verdwijnt, zoals andere evangelisten beschrijven, dan betekent dat niet dat Hij weg is in de zin van: verdwenen, onbereikbaar. Het betekent dat Hij op een andere manier aanwezig wordt. Minder zichtbaar, maar niet minder werkelijk.

En dat brengt ons terug bij de tekst van Matteüs. Daar ligt de nadruk niet op het afscheid, maar op de opdracht en de belofte. Jezus zegt: ga op weg, maak alle volken tot mijn leerlingen, doop hen, leer hen mijn weg te gaan. En dan die slotzin: “Ik ben met jullie, alle dagen.” Dat is eigenlijk de kern van Hemelvaart. Hemelvaart is geen moment waarop Jezus ons verlaat, maar een overgang – een rite de passage, zou je kunnen zeggen. Een overgang in de relatie tussen God en mens. Een verandering in hoe die nabijheid vorm krijgt.

Tot dat moment was Jezus zichtbaar aanwezig. Hij liep met zijn leerlingen, sprak met hen, at met hen, corrigeerde hen, troostte hen. Hij leefde voor hoe een mens zich kan verhouden tot God: in vertrouwen, in gehoorzaamheid, in liefde. Hij was als het ware de tastbare gids. Maar nu komt er een moment waarop die zichtbare aanwezigheid plaatsmaakt voor iets anders. Jezus keert terug naar de Vader, en tegelijkertijd laat Hij de mensen los – niet in de zin van verlaten, maar in de zin van toevertrouwen. “Jullie mogen het nu zelf doen.”

Dat klinkt misschien spannend. Misschien zelfs een beetje beangstigend. Want wie zijn wij om dat te kunnen? Wie zijn wij om die opdracht te dragen? En toch is dat precies wat er gebeurt. De leerlingen worden niet langer alleen maar volgelingen; ze worden dragers van de boodschap. Ze worden verantwoordelijk. Ze worden mede-werkers in het verhaal van God met de wereld. Maar – en dat is cruciaal – ze worden niet aan hun lot overgelaten. De belofte van Jezus blijft: Ik ben met jullie. En elders wordt dat concreet gemaakt in de belofte van de Heilige Geest, die hen zal leiden, inspireren, kracht geven. Dat brengt ons bij een diepe parallel in de Bijbel, die misschien helpt om Hemelvaart beter te begrijpen.

Denk aan het begin van de Bijbel, aan het verhaal van het paradijs. De mens leeft daar in directe nabijheid van God. Alles is gegeven, alles is goed. Maar dan komt het moment waarop de mens een eigen keuze maakt, tegen Gods wil in. En dan gebeurt er iets ingrijpends: de relatie verandert. De mens moet het paradijs verlaten. Hij moet zelf verantwoordelijkheid nemen voor zijn leven, voor zijn keuzes, voor zijn toekomst. Je zou kunnen zeggen: God zegt als het ware: “Goed, als je deze weg kiest, neem dan ook de verantwoordelijkheid die daarbij hoort.” Maar ook daar geldt: God laat de mens niet los. Hij blijft betrokken, blijft spreken, blijft begeleiden – maar op een andere manier. Minder direct, minder zichtbaar, maar niet minder werkelijk. Zowel in het paradijs als bij Hemelvaart zien we dus een soortgelijk patroon: een overgang in de relatie tussen God en mens. Een beweging van directe nabijheid naar een vorm van vrijheid en verantwoordelijkheid. Alsof God de mens steeds opnieuw ruimte geeft om te groeien, om volwassen te worden, om meer en meer te leven naar zijn beeld en gelijkenis.

Dat is geen gemakkelijke weg. Vrijheid is mooi, maar ook zwaar. Verantwoordelijkheid is waardevol, maar ook veeleisend. Het betekent dat we niet alles meer kunnen afschuiven, dat we zelf keuzes moeten maken, dat we zelf moeten zoeken naar wat goed en rechtvaardig is. Misschien herkennen we dat ook in ons eigen leven. Er zijn momenten waarop we graag zouden willen dat iemand anders het voor ons oplost, dat iemand ons precies zegt wat we moeten doen, dat iemand ons bij de hand neemt. En soms gebeurt dat ook. Maar er zijn ook momenten waarop we zelf moeten staan, zelf moeten kiezen, zelf moeten handelen.

Hemelvaart zegt: dat is precies waar jullie voor bedoeld zijn. Niet als losgelaten kinderen, maar als mensen die gedragen worden door een diep vertrouwen: Ik ben met jullie. Niet zichtbaar, niet tastbaar zoals toen, maar aanwezig in de Geest, in de gemeenschap, in de woorden die blijven spreken, in de liefde die gedeeld wordt. Misschien kunnen we het zo zeggen: vóór Hemelvaart was Jezus naast de mensen. Na Hemelvaart is Hij in en tussen de mensen. En dat verandert alles. Want het betekent dat wij zelf dragers worden van zijn aanwezigheid. Dat waar wij handelen in zijn geest – in liefde, in gerechtigheid, in barmhartigheid – Hij daar aanwezig is. Niet als iets dat van buitenaf komt, maar als iets dat van binnenuit groeit. Dat is ook de opdracht die klinkt in het evangelie van vandaag: ga op weg. Blijf niet staan kijken naar de hemel. Blijf niet hangen in het verleden. Maar ga, leef, deel, bouw, verbind. En misschien is dat wel de meest actuele vraag voor ons vandaag: wat betekent Hemelvaart in ons leven? Is het een verhaal van lang geleden, een theologisch idee, een ritueel dat we herhalen? Of is het een uitnodiging om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hoe wij leven, voor hoe wij geloven, voor hoe wij omgaan met elkaar? Als Hemelvaart betekent dat God ons de ruimte geeft om te groeien, dan is de vraag: nemen wij die ruimte ook? Durven wij te leven als mensen die geroepen zijn om iets van Gods beeld zichtbaar te maken in deze wereld?

Dat hoeft niet groots of spectaculair te zijn. Het zit vaak in kleine dingen: in aandacht voor een ander, in eerlijkheid, in vergeving, in moed om op te staan tegen onrecht, in trouw aan wat goed is, ook als het moeilijk is. Daar, in dat concrete leven, wordt de belofte van Jezus werkelijkheid: Ik ben met jullie.

Dat is wel de mooiste manier om Hemelvaart te verstaan. Niet als een moment waarop Jezus ver weg gaat, maar als het begin van een nieuwe nabijheid. Een nabijheid die niet afhankelijk is van plaats of tijd, maar die zich uitstrekt over alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld. Dus ja, laten we die vraag blijven stellen: weten we nog wat Hemelvaart is? Het antwoord is niet iets dat we één keer geven en dan klaar zijn. Het is een uitdaging die ons telkens opnieuw uitnodigt om te zoeken, te groeien, te ontdekken.

1e lezing: Hand. 1, 1 - 11; 2e lezing: Efeziërs 1, 17-23; evangelie: Mattheüs 28, 16-20
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’