Zusters en broeders, we wensen elkaar gedurende deze dagen al het goede toe.
Een Zalig Nieuwjaar!
Een gezegend Nieuwjaar!
Goede gezondheid!
De beste wensen!
In al deze wensen die wij uitspreken en mogen ontvangen klinkt heel veel hoop. Wij hopen op al het goede voor dit komende, nieuwe Jaar. Het elkaar toezeggen van zoveel goeds maakt deze dag altijd zo bijzonder. Maar beperken we dit niet vaak tot een enkele dag per jaar? Zou ons eigen leven en de wereld er niet beter uitzien, wanneer wij eens meer zouden zegenen, elkaar het goede toe zouden wensen?
Als je echter naar de wereld kijkt - en misschien ook wel naar je eigen leven – dan is er misschien weinig reden tot hoop. Het duistert wellicht in je eigen leven door de confrontatie met ziekte, dood, pijn of verdriet van jezelf of je dierbaren. Is er in die duisternis nog hoop?
Ook als je naar de Kerk kijkt dan is er weinig reden tot hoop. Nog minder mensen gingen naar de kerk in de afgelopen tien jaar. Verdwijnt het geloof? Verdwijnt de kerk? Verdwijnt het klooster?
Waar zijn we over tien jaar? Welke kerk blijft open? Waar gaat het over? Is er in deze kerkelijke duisternis nog hoop? Het synodale proces? Het is zo stil.
Ook als je naar de maatschappij kijkt dan lijkt er ook weinig reden tot hoop te zijn. Bosbranden als nooit tevoren. De branden in de Amazone waren heviger dan ooit. Berichten over hevige overstromingen dan hier, dan daar. En tragisch in de tentenkampen van Gaza vooral. Het weer wordt extremer, droger, natter, heter. De klimaattop in Brazilië mislukte omdat zoveel landen hun eigen belangen en die van de grote industrie belangrijker vonden dan eindelijk maatregelen te nemen, de schreeuw van een toekomstige generatie werd niet gehoord. Nog nooit zijn er zoveel mensen op de vlucht. Bijna 71 miljoen mensen!
Nationalisme, eigen belang lijkt het te winnen van ‘samen’ en gemeenschap. We leven in een wereld vol onrust, intolerantie, zoveel gewapende conflicten en dreigementen en tegelijk hebben we het nog nooit zo goed gehad. De geldbeurzen zijn nog nooit zo hoog gesloten dit jaar en de salarissen van de werkende mens is fors toegenomen. Tegelijk krijgen we een foldertje in de bus van de overheid om ons voor te breiden wat niemand eigenlijk wil uitspreken en de secretaris generaal van de NAVO doet er nog een schepje bovenop en spreekt het woord wel uit: oorlogsdreiging.
Je kunt er voor kiezen om voor al deze duisternis waarin we leven je kop in het zand te steken en je af te sluiten voor al deze vragen die wereld, kerk en je eigen leven oproepen. Je afsluiten en jezelf opsluiten in je eigen wereldje van zogenaamd geluk is echter niet het christelijke antwoord. Wij geloven immers in een God die zich de realiteit van de wereld,
van ieder mensenkind aantrekt. Hij doet dat omdat Hij in ons gelooft, ons liefheeft en hoop op ons blijft stellen.
Geloof, hoop en liefde. Dat is Gods grondhouding, dat is de houding van Maria en is het ook onze grondhouding? In Maria ontdekken we dat geloof dat soms in de liefde verborgen ligt.
In haar ontdekken we liefde die vlees en bloed wordt. In haar ontdekken we de hoop die in liefde vertaald wordt. De liefde is inderdaad de grootste van de drie!
We mogen dat in Maria ontdekken omdat zij al deze woorden in haar hart bewaarde. ‘Al deze woorden’ dat wil zeggen al de woorden die rond en over Jezus verteld waren. In feite zijn al deze woorden samen te vatten in dat ene woord: Jezus! Dat ene woord, die ene naam, betekent ‘God redt!’ In dat Woord ligt onze hoop om in de duisternis overeind te blijven.
Ik wens ons allen toe dat wij in het nieuwe jaar dat ene Woord, Jezus, in ons hart bewaren. Laat dat Woord ons leven bezielen, geheel en al: ons hart, ons verstand en onze kracht. God redt! Dat is ons geloof te midden van de duisternis. God redt! Dat is de liefde die wij te midden van de duisternis hebben mogen ervaren. God redt! Dat is de hoop, de lichtstraal die onder de deur van de duisternis binnen valt, soms even, onverwacht.
Als wij dat ene Woord, Jezus, God redt, vlees en bloed laten worden in ons leven dan dringen we de duisternis een stukje terug, in afwachting van die dag die komen zal dat God uiteindelijk zal redden en alle duisternis zal verdrijven en onze tranen zal afdrogen. Jezus in je hart meedragen in het komende jaar is geen vrome oefening maar een daadwerkelijke inzet en betrokkenheid bij de wereld die zucht en kreunt naar verlossing.
Broeders en zusters, in al onze goede wensen, wensen we vandaag als gelovigen elkaar dit ene woord toe: Jezus. Moge God u redden! Moge God in uw duisternis geloof, hoop en liefde zijn.
Hoe klein en kwetsbaar ook. Kijk naar Maria op deze eerste dag van het nieuwe jaar
en zie hoe geloof, hoop en liefde vlees en bloed werden in haar duisternis. Daardoor werd zij niet alleen Moeder van God, maar ook troosteres van de bedroefden, heil van de zieken, toevlucht van de zondaars, hulp der christenen, ja zelfs de deur naar de hemel. Moge in uw duisternis iets van Gods licht binnenvallen! ZALIG NIEUWJAAR!
1e
lezing: Numeri 6, 22-27; 2e lezing: Galaten 4, 4-7; evangelie: Lucas 2, 16-21
De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978:
In die tijd haastten de herders zich naar Bethlehem en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag. Toen ze dit gezien hadden, maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was. Allen die het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. De herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was. Nadat de acht dagen voorbij waren en men Hem moest besnijden, ontving Hij de naam Jezus, zoals Hij door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.